Terug naar hardlopen zonder terugval: een simpel 3-fasen opbouwplan
Wil je weer gaan hardlopen, maar ben je bang voor terugval? Dan is het verleidelijk om óf te snel te starten (en weer klachten te krijgen), óf juist te lang te wachten (en conditie en vertrouwen kwijt te raken).
De veiligste route is meestal: kleine prikkels, voldoende herstel en pas dán uitbreiden. Hieronder krijg je een simpel 3-fasen opbouwplan plus heldere startcriteria, zodat je zonder paniek weet of je goed zit.
Stap 0: wanneer kun je starten?
Je hoeft niet 100% perfect te zijn, maar je wil wél dat je lichaam de basisprikkel aankan. Gebruik dit als praktische startcheck:
-
Pijnscore bij dagelijks bewegen is laag
Richtlijn: maximaal 0–2/10 bij wandelen, traplopen en normale activiteiten. -
Napijn zakt binnen 24 uur
Iets voelen mag, maar het moet de volgende dag weer duidelijk rustiger zijn. -
Stevig wandelen lukt stabiel
Richtlijn: 30 minuten vlot wandelen zonder dat klachten tijdens of erna duidelijk opstapelen. -
Geen mank lopen of instabiliteit
Als je compenseert (anders loopt), is het risico op terugval groter. Dan eerst stabiliseren.
Twijfel je? Dan is het meestal slimmer om nog 1–2 weken te focussen op wandelen, kracht en herstel, en daarna pas te starten.
De kernregel: de 24–48 uur check
Hardlopen mag een prikkel geven. Het wordt pas een probleem als de prikkel stapelt. Check daarom altijd hoe het later die dag is én de volgende ochtend.
-
Groen: 0–3/10 en binnen 24 uur weer rustig → oké om door te gaan.
-
Geel: 4–5/10 of je merkt het de volgende dag nog → herhaal dezelfde stap of verlaag iets.
-
Rood: scherpe pijn, mank lopen of napijn die > 24–48 uur blijft → stap terug en haal de piek eruit.
Tip: als het tijdens het lopen “meevalt” maar de volgende dag duidelijk slechter is, dan was het alsnog te veel.
Fase 1: herstart
Doel: weer wennen aan loopbelasting en vertrouwen opbouwen. Rustig tempo, geen haast.
-
2–3x per week, met minimaal één rustdag ertussen
-
Rustig tempo (je kunt praten)
-
Run-walk (afwisselen met wandelen) werkt vaak het best
Door naar fase 2 als: je 2–3 trainingen achter elkaar “groen” scoort op de 24–48 uur check.
Fase 2: opbouwen
Doel: meer loopminuten, maar met hetzelfde strakke herstel. Hier gaat het vaak mis door te snel willen.
-
Regel: per week maar één ding aanpassen: óf iets meer totale looptijd óf één herhaling extra (niet allebei).
-
Rustdagen blijven heilig (en bij “geel”: liever extra rust).
-
Tempo blijft rustig. Snelheid komt later.
Door naar fase 3 als: je weer stabiel kunt joggen (zonder opstapelende napijn) en je weekbelasting “groen” blijft.
Fase 3: stabiliseren
Doel: je basis vasthouden en pas daarna variatie toevoegen. Eerst “bevestigen”, dan uitbreiden.
-
Houd 1–2 weken hetzelfde volume aan voordat je weer omhoog gaat.
-
Variatie klein toevoegen (bijv. iets langer óf heel kort wat vlotter), niet alles tegelijk.
-
Blijf de 24–48 uur check gebruiken als terugval-rem.
De grootste valkuilen
-
Te snel volume (je conditie is sneller terug dan je belastbaarheid)
-
Te weinig herstel (drukke weken, slechte slaap, veel extra stappen tellen mee)
-
Te vroeg snelheid/interval/heuvels (piek-prikkels → vaak de trigger voor terugval)
Gratis loopschema
Wil je een simpel startpunt dat je stap voor stap meeneemt in de opbouw? Download dan het gratis loopschema. Daarin staat de praktische opbouw overzichtelijk uitgewerkt.
Plan op maat
Merk je dat klachten steeds terugkomen (vaak rond enkel/voet of knie)? Dan is het verstandig om eerst helder te krijgen wat er precies geprikkeld raakt en welke opbouw daarbij past.
Doe de Enkel & Voet Klachtencheck of de Knie Klachtencheck en kies daarna een route die past bij jouw situatie.
Deze informatie is bedoeld als algemene uitleg en keuzehulp. Bij twijfel, alarmsignalen of aanhoudende klachten: overleg met je huisarts of behandelaar.

















